VanVenlo.nl

Inloggen of inschrijven

Kinderherinneringen uit de Tweede Wereldoorlog

  • 112 weergaven


Het is dit jaar 75 jaar geleden dat Nederland bevrijd werd. Overal in het land is er aandacht voor. Het Historisch Hoekje van VanVenlo leek het een goed idee om een van de mensen die het nog bewust beleefd hebben te interviewen. Mariet Mulder-Willers was 6 jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog begon, en een jaar of 12 bij de bevrijding. Wat kan zij zich over deze tijd herinneren?

Als ik zeg, de Tweede Wereldoorlog, wat is dan het eerste waar u aan denkt?

Ik denk dan als eerste aan de keren dat we hebben moeten vluchten naar de schuilkelder. Als er bommen vielen moesten we de kelder in en bidden en hopen tot het over was. Die angst herinner ik me nog wel.

Maar het is ondertussen lang geleden. En hoe oud was ik. 6, nog net geen 7, toen de oorlog uitbrak. 11, 12 toen we bevrijd werden. Als kind krijg je er niet zoveel van mee. De oorlogstijd, dat betekende voor ons kinderen toch dat de school gewoon doorging, behalve de tijd dat we geëvacueerd waren.

Dat zijn we drie periodes in mijn leven geweest. Maar het grootste deel van de tijd ging het leven gewoon zijn gangetje. Ik ging naar de eerste klas. Mijn moeder had me thuisgehouden van de kleuterschool. Ik denk niet dat ik daardoor belangrijke leerstof heb gemist, maar wel jammer was dat ik de liedjes niet kende die de rest van de kinderen wel hadden geleerd op de "bewaarschool", zoals de kleuterschool toen nog heette.

Wat ik me ook herinner: het eindeloze spelen op het Kazerneterrein. Wij woonden aan de Horsterweg. Tussen de barakken waar militairen gelegerd waren konden wij als kinderen goed in spel en vertier onze energie kwijt.

Wat weet u nog over de evacuatieperiodes?

Er waren momenten dat wij woonden waar de vuurlinie lag. Dan werden wij geëvacueerd. Interessantste tijd om over te vertellen is de tijd dat we in Beers (gemeente Cuijk) zaten.

Mijn moeder had een zus die als huishoudster werkte voor de pastoor van Beers. Die had geregeld dat wij, een gezin van vader, moeder, oma en vijf kinderen, op de pastorie van Beers konden verblijven.

Groot respect voor de pastoor dat hij dat onderdak bood. Het was nogal wat. Acht mensen erbij, en niet de makkelijkste mensen. Het gaf geregeld spanningen. Vooral tussen mijn broer Hein die in zijn puberjaren zat, en tante Mia boterde het niet altijd. Tante Mia werd al snel Mevrouw Moers.

Onze bevrijders hebben we daar ook een tijdje op doortocht gehad. Schotten en Frans-Canadezen. Jonge kerels, van wie er een een oogje op mijn moeder had. Het leverde aanleiding tot taferelen waar je nu achteraf om zou kunnen lachen.

De pastoor sprak geen Engels. Met handen en voeten moesten we ons redden. Mijn broer Jan moest de vertaling doen. Hij had immers op de HBS Engels en Frans gehad. Dat tolken ging niet altijd vlekkeloos.

Ik weet nog, op een gegeven moment was een vrijpostige bevrijder op de troon van de pastoor gaan zitten. Hij zei: "Now I'm the bisshop!" Pastoor sprak geen Engels. Mijn broer Jan moest dus tolken. Dat was in deze situatie natuurlijk niet makkelijk. Pastoor vroeg Jan: "wat zegt hij?"

"Ik begrijp het ook niet, Heeroom," zei Jan wijselijk.

Wat schiet me nog meer te binnen bij deze periode? Ik weet nog, Bets de hulp poetste wekelijks de grote woonkeuken. Ook in de winter, al was het steenkoud. Wij werden naar buiten gestuurd! Ik snap nog niet waarom we niet in de zitkamer van Heeroom tijdelijk onderdak mochten vinden. 

Om warm te blijven gingen mijn twee oudste broers en mijn vader maar houtjes hakken. Mijn jongste broer liet zich niet wegjagen. Hij ging met schaakbord en al naar een schoon plekje waar de hulp al geweest was. Iedereen accepteerde dat ook, omdat hij kinderverlamming had gehad, en daardoor erg verwend was. Hij is later later trouwens nog Limburgs schaakkampioen geworden.

Mijn moeder zat in die tijd in Beers in de moeilijkste positie. Zij mocht haar man niet afvallen maar ook mijn tante en de pastoor niet. Broer Hein kon de spanningen niet aan. Hij organiseerde zich een fiets en is daarmee naar ons huis aan de Baarloseweg gefietst. Dat is minstens 60 kilometer rijden! Hoe dat afliep weet ik niet. Ik vermoed dat hij ergens wel onderdak heeft gevonden. Hij is niet meer teruggekeerd in Beers. Pas toen we weer veilig op de Baarloseweg woonden dook hij weer op.

Als ik aan de Tweede Wereldoorlog denk, zie ik fragmenten. De bevrijding was niet alleen maar feest. Ik heb me geërgerd aan de burgers die de zogenaamde "moffenmeiden" te grazen namen. Dat ging er niet zachtzinnig aan toe. Kaalscheren en met teer besmeuren. Het waren niet de heldhaftigste Nederlanders die dat deden.

Ik heb dat gezien, en ik vond het zielig voor die vrouwen. Die konden er toch ook niets aan doen dat ze op een Duitser verliefd waren geworden? Zo'n afrekening is traumatiserend. Ik was blij toen ik later hoorde dat zo'n soldatenliefje toch nog aan een (Nederlandse) man was geraakt.

Na de oorlog kwam mijn familie terecht aan de Baarloseweg in Blerick. Daar woonden spoorwegambtenaren in koophuizen. Wij waren de "allochtonen", die gehuurd zaten.

Buurman Rijpkema was adjudant in het leger. Na de overgave in 1940 verbleef hij in Engeland, en werd daar bevorderd tot kapitein. Maar hij liet zijn vrouw en kinderen achter in Nederland. Die hebben geleden. Moeder de vrouw moest ieder dubbeltje omdraaien. Een zoon werd opgepakt voor het verspreiden van illegale krantjes en naar een concentratiekamp gestuurd. Thije Rijpkema was zijn naam. Wat moet zijn moeder angsten hebben uitgestaan. Na de oorlog kreeg vader Rijpkema een onderscheiding. Ik ben nog steeds trots op mijn vader, die hem op een dag toevoegde: "Weet u wie die onderscheiding nog meer verdiend heeft dan u? Uw vrouw!"

Mijn vader diende ook in het leger. Na de verloren slag van 10 tot 15 mei 1940 schikte hij zich in zijn lot als onderdaan in bezet land. Wat herinner ik me? Bijvoorbeeld dat hij de soep stond te roeren en daarbij zong. "Nur eine Nacht sollst du mir gehören bis zum Morgenrot". En daarbij tot de orde werd geroepen. "Niet waar de kinderen bij zijn." Terwijl wij op die leeftijd niet eens Duits verstonden, laat staan begrepen waar het lied over ging.

Wat weet u nog over de laatste maanden voor de bevrijding?

Och, het is lang geleden en als kind was ik me niet zo bewust van het grote verhaal. Je had de Duitsers, maar dat waren over het algemeen ook maar gewone jongens die de bevelen van hoger moesten opvolgen. Ik weet nog, er waren hier op de Frederik Hendrik Kazerne op een gegeven moment ook Russische vrouwen gehuisvest. Dat waren krijgsgevangenen, en zij werden ingezet voor het graven van een tankgracht, een hindernis waar de tanks van de geallieerden door zouden worden tegengehouden. Gelukkig is dat doel niet bereikt!

Ruud Everaerts


Browser niet ondersteund
Je browser wordt helaas niet ondersteund. Hierdoor kan het zijn dat sommige onderdelen van de site niet volledig werken. Lees hier meer over welke browsers we ondersteunen of update je browser.