Vanvenlo.nl

Inloggen of inschrijven

Julius Caesar - Wereldgeschiedenis Feuilleton

Het Romeinse Rijk was de klappen van Hannibal goed te boven gekomen. Het Romeinse Rijk breidde langzaam maar zeker zijn gebied uit. In 100 voor Christus werd een belangrijk man geboren, die deze uitbreiding in een stroomversnelling zou brengen. Hij heette Gaius Julius Caesar.
Caesar was wat je noemde een rijkeluiszoontje. Hij was een telg uit een oud patriciërsgeslacht, en zijn ouders vonden voor hem alleen het beste goed genoeg. Hij kreeg dus les van de beste Griekse en Latijnse leraren van zijn tijd. Over geld hoefde hij zich geen zorgen te maken. Hij gaf het in grote hopen uit aan kleren en feesten. Hij was dan ook bijzonder populair. Overal stond hij bekend als een extravagant, intelligent en vrijgevig man.
Al op zestienjarige leeftijd kreeg Caesar interesse in politiek. Hij werd lid van een politieke partij, de Volkspartij. Geen vreemde keuze: zijn tante was getrouwd met Marius, een veldheer die de leider was van deze partij. Het bleek een verkeerde gok: in een strijd tussen de veldheren Marius en Sulla verloor Marius. Sulla werd de machtigste man in Rome. Tijd dus voor Caesar om Rome te verlaten. In die tijd diende hij in het Romeinse leger en vocht hij in Turkije.
Toen Sulla overleed, durfde Caesar terug te keren naar Rome. In 78 voor Christus, dus op 22-jarige leeftijd, begon hij een advocatenpraktijk. Hij was een begaafd redenaar en behaalde grote successen.
In 69 voor Christus vond hij de tijd rijp voor een promotie. Hij schopte het tot Quaestor van Hispania Ulterior, zo heette een stuk van Portugal en Spanje in die tijd. In 65 voor Christus vond hij het welletjes en keerde hij terug naar Rome. Daar aanvaardde hij de functie van aedile. Dat was een beroep dat erg leek op het beroep dat hij kende: advocaat. Zijn werkzaamheden kwamen voor een groot deel overeen met die van zijn oude functie van advocaat, maar nu had hij ook de organisatie van de Spelen in het Circus Maximum in zijn takenpakket. Daar maakte hij veel werk van. Hij schrok er niet voor terug zijn eigen geld hierin te steken en zelfs grote schulden aan te gaan. De Spelen die hij organiseerde waren fantastisch, maar scheepten hem wel op met een miljoenenschuld.
Het bleek de investering waard. Door de circusspelen maakte Caesar zich geliefd bij een groot publiek, en dat hielp hem toen er een vacature ontstond voor de functie van Pontifex Maximum. Caesar werd zonder problemen verkozen voor deze functie. Als Pontifex Maximum was Caesar verantwoordelijk voor alle religieuze activiteiten, dus het was een belangrijke functie.
In deze positie wist hij grote rijkdommen te verwerven. Hij loste in mum van tijd zijn schulden af en besloot dat het tijd werd voor een volgende stap in zijn carrière. Hij besloot mee te doen in de verkiezing voor het Consulschap, eigenlijk een soort presidentschap. Het Romeinse Rijk was een republiek die geregeerd werd door een Consul. In 59 voor Christus, dus op 41-jarige leeftijd schreef hij zich in voor de verkiezingen. Hij verzon echter wat slims. Hij zei: het consulschap is een te zware functie voor mij alleen. Wie mij kiest, krijgt niet een consul aan de macht, maar een driemanschap. Caesar bundelde zijn krachten met Pompeius, een beroemd veldheer, en Crassus, de rijkste man van Rome.
Caesars driemansschap won de verkiezingen glansrijk. Caesar besloot het regeren van Rome over te laten aan Pompeius en Crassus. Zelf werd hij proconsul in Gallië. Daar zag hij een grote taak voor zichzelf weggelegd.
Caesar vond het niet voldoende om in Gallië alleen maar op de winkel te passen. Van 58 voor Christus tot 49 voor Christus voerde hij voornamelijk oorlogen. Met succes. Hij veroverde Frankrijk, België en grote delen van Duitsland en Nederland. Hij maakte ook de oversteek naar Engeland, maar kreeg daar niet echt voet aan de grond.
De prestaties van de legers van Caesar waren indrukwekkend. Sinds Alexander de Grote had niemand een rijk zo sterk uitgebreid. In die tijd overleed Crassus. Pompeius was nu consul in Rome, maar hij zag de overwinningen van Caesar met lede ogen aan. Hij was bang dat Caesar wel eens wat teveel macht zou kunnen krijgen. Daarom riep hij Caesar terug naar Rome. Caesar zag zijn kans schoon. Ja, hij zou naar Rome komen, maar zijn leger meenemen en alleenheerser worden.
Het was aan legerleiders verboden met hun leger het riviertje de Rubicon over te steken. Dat werd door de zittende consuls uitgelegd als een poging tot een staatsgreep. Toen Caesar met zijn leger de Rubicon overstak, zou hij volgens de kronieken gezegd hebben: de dobbelsteen is geworpen. Het geluk was met hem. Pompeius koos het hazenpad. Caesar kon zonder al te veel problemen zichzelf tot enige consul uitroepen. Daarna stuurde hij zijn legers achter Pompeius aan en hij achtervolgde hem tot in Egypte. En passant breidde hij daarbij het Romeinse Rijk nog verder uit. Uiteindelijk werd Pompeius gedood door de Egyptische farao, die Caesar liever te vriend hield.
Als enige consul van het Romeinse Rijk wist Caesar een groot aantal dingen beter te organiseren. De manier waarop hij het leger inrichtte, zou nog eeuwen later gebruikt worden. Hij zette een systeem op waardoor soldaten, na jaren trouwe dienst, een stuk land konden krijgen. Hij hervormde de wijze waarop subsidies voor graan werden verstrekt. Verder stelde hij de Juliaanse kalender in, een kalender die werkte met schrikkeljaren. Die zou tot in de zestiende eeuw gebruikt worden. Ook schreef hij boeken, waarin hij vertelde over de landen die hij gezien had, en over zijn eigen militaire successen.
In Rome droeg men de consul op handen. Steeds werd de termijn dat Caesar zich consul mocht noemen verlengd. Men noemde hem Pater Patiae, Vader des Vaderlands. Caesar was wel zo slim om zich niet tot koning uit laten te roepen, hoewel zijn macht in feite even groot was. Dat woord lag in Romeinse kringen namelijk erg gevoelig. Rome had in het verleden koningen gehad, maar dat waren juist de periodes dat het slecht met Rome ging. Men hechtte er erg aan een republiek, en geen koninkrijk te zijn. In sommige kringen vond men het dan ook maar niks dat Caesar zich ontwikkelde als een zo succesvol en machtig alleenheerser.
Ze noemden zich de Liberatores, en ze vonden dat de tijd rijp was voor verandering. De groep bestond uit Gaius Trebonius, Decimus Junius Brutus, Gaius Cassius Longinus en Marcus Junius Brutus. Die laatste was een aangenomen zoon van Caesar. Dat weerhield hem er niet van in zijn adoptievader een gevaar te zien voor de Romeinse Republiek. Ze verzamelden zich bij de trappen van het Capitool, en wachtten tot Caesar zijn dagelijkse wandeling naar zijn werkkamer maakte. Toen overvielen ze hem. In 44 voor Christus werd Caesar op de trappen van het Capitool doodgestoken. De lijkschouwer telde drieëntwintig steekwonden. Volgens de legende wilde Caesar zich aanvankelijk verdedigen, tot hij zag dat zijn pleegzoon zich onder de aanvallers bevond. Zijn laatste woorden waren: "Et tu, Brute?" (jij ook, Brutus?)
Na de dood van Caesar ging er natuurlijk een burgeroorlog van start om de macht. Caesar had al over zijn opvolging nagedacht, en zijn achterneef Octavianus als opvolger benoemd. Er waren echter meer kapers op de kust: natuurlijk de Liberatores, maar die werden al snel gezien als rasmisdadigers die een geweldige consul om het leven hadden gebracht. Dan had je nog Marcus Antonius, die zich had opgeworpen als de hoeder van Caesars erfgoed. Hij was een lange tijd zeer succesvol, en kon op het toppunt van zijn roem zelfs rekenen op de steun van de Egyptische Farao Cleopatra. Maar uiteindelijk zou in 30 voor Christus het pleit beslecht worden in het voordeel van Octavianus. Ocataviunus, die zich later Keizer Augustus zou gaan noemen en die van het Romeinse Rijk een stabiel keizerrijk zou maken waarin de Pax Romana (Romeinse Vrede) zou heersen.

Browser niet ondersteund
Je browser wordt helaas niet ondersteund. Hierdoor kan het zijn dat sommige onderdelen van de site niet volledig werken. Lees hier meer over welke browsers we ondersteunen of update je browser.